ECLI:NL:PHR:2011:BU9054
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt ontzegging omgangsregeling wegens zwaarwegende belangen van kinderen
Deze zaak betreft een verzoek van een vader tot vaststelling van een omgangsregeling met zijn twee kinderen, die door de moeder worden verzorgd. De vader is onherroepelijk veroordeeld tot levenslange detentie en verblijft sinds 2004 in een penitentiaire inrichting. De rechtbank wees het verzoek af op grond van de in artikel 1:377a lid 3 BW genoemde ontzeggingsgronden.
Het hof bevestigde dit oordeel en stelde dat omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de kinderen, dat de vader kennelijk ongeschikt is tot omgang, dat het kind van twaalf jaar oud ernstige bezwaren tegen omgang heeft geuit en dat omgang in strijd is met de zwaarwegende belangen van de kinderen. Het hof baseerde zich op verklaringen van de kinderen, rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en de problematische ouderrelatie.
De vader stelde in cassatie diverse klachten in, waaronder dat het hof onvoldoende had gemotiveerd en dat de brief van het kind ten onrechte als verhoor was aangemerkt. De Hoge Raad verwierp deze klachten en bevestigde dat het hof zijn waardering van de feiten mocht maken en dat het begrip verhoor ook schriftelijk kan zijn. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van artikel 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de vader wordt verworpen en de omgangsregeling wordt ontzegd wegens zwaarwegende belangen van de kinderen.