ECLI:NL:PHR:2012:BQ6133
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vaststelling kinderalimentatie bij co-ouderschap en draagkrachtberekening
De zaak betreft een verzoek tot vaststelling van kinderalimentatie in een situatie van co-ouderschap tussen de man en de vrouw, ouders van twee minderjarige kinderen. De rechtbank had de alimentatiebedragen vastgesteld voor verschillende perioden, welke het hof in hoger beroep heeft bekrachtigd. De man stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof, met name gericht op de wijze waarop het hof de woonlasten bij de draagkrachtberekening had betrokken.
De Hoge Raad analyseert de door het hof toegepaste methodiek waarbij de totale behoefte per kind per maand werd vastgesteld op € 550,-, inclusief een verhoging wegens dubbele woonlasten. Het hof hield bij de draagkrachtberekening rekening met de volledige woonlastenlasten per ouder, in tegenstelling tot de stelling van de man dat slechts de helft werd meegenomen. Verder oordeelt de Hoge Raad dat het hof de draagkrachtvergelijking toepaste op de totale behoefte en niet op een gereduceerde behoefte na aftrek van kosten.
De Hoge Raad wijst op het bestaan van verschillende methoden voor de berekening van kinderalimentatie bij co-ouderschap en benadrukt dat de vaststelling van draagkrachtbepalende factoren aan de feitenrechter is voorbehouden. De klachten van de man over onbegrijpelijkheid en onjuistheid van de draagkrachtberekening worden verworpen, omdat geen sprake is van een kennelijke vergissing of onjuiste berekening. Het cassatieberoep wordt dan ook verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en de vastgestelde kinderalimentatie bij co-ouderschap wordt bevestigd.