ECLI:NL:PHR:2012:BS7974

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
31 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/04031 B en 10/04032 B
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 94a SvArt. 552a Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vernietigt beschikkingen inzake beslag op auto en verwijst zaak terug

In deze zaak gaat het om twee klachten tegen de Rechtbank Haarlem die het beslag op een Volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB], en bijbehorende documenten en sleutels, onder klager en klaagster rechtmatig verklaarde en het verzoek tot teruggave ongegrond verklaarde.

Klager en klaagster, die een relatie hebben, betwisten beiden het beslag en stellen dat de auto uitsluitend aan klaagster toebehoort. De rechtbank oordeelde echter dat het enkele feit dat de auto op naam van klaagster staat onvoldoende bewijs is dat de auto niet ook aan klager toebehoort, mede omdat klager gebruik maakte van de auto en financieel heeft bijgedragen.

De klachten richten zich op de onduidelijkheid over de grondslag van het beslag: of dit op basis van artikel 94 Sv Pro of artikel 94a Sv is gelegd. De rechtbank gebruikte verschillende maatstaven in de twee zaken, waardoor niet duidelijk is of de juiste maatstaf is toegepast.

De Hoge Raad oordeelt dat de rechtbank had moeten aangeven op welke wettelijke grondslag het beslag was gelegd en dat deze onduidelijkheid de beoordeling van het klaagschrift belemmert. Daarom vernietigt de Hoge Raad de bestreden beschikkingen en verwijst de zaken terug naar het gerechtshof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling op het bestaande klaagschrift.

Er zijn geen ambtshalve gronden gevonden om het arrest te vernietigen, en het cassatieberoep wordt gegrond verklaard wegens de gebrekkige motivering en onduidelijkheid over de beslaggrondslag.

Uitkomst: Hoge Raad vernietigt de beschikkingen en verwijst de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde beoordeling.

Conclusie

Nr. 10/04031 B
Mr. Vellinga
Zitting: 30 augustus 2011
Conclusie inzake:
[Klager]
1. De Rechtbank te Haarlem heeft bij beschikking van 22 juli 2010 het door klager ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan klager van:
- een sleutel behorende bij een Volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];
- een kentekenbewijs met nummer [001];
- een kentekenbewijs met nummer [002] (deel 1B);
- een kentekenbewijs met nummer [003] (deel II);
- een volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];
- een keuringsbewijs met nummer [004]
ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is door klager op 4 augustus 2010 beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/04031B en 10/04032 B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Namens klager heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
5. Het middel klaagt over de maatstaf die de Rechtbank aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd en de wijze waarop de Rechtbank deze heeft gehanteerd.
6. Het gaat in de onderhavige zaak om een klacht tegen de inbeslagneming onder klager van een personenauto, die volgens klager en zijn partner aan laatstgenoemde toebehoort.
7. De Rechtbank heeft het klaagschrift op de volgende gronden ongegrond verklaard:
"De personenauto, autopapieren en sleutel zijn op 20 januari 2010 rechtmatig onder klager in beslag genomen. Het enkele feit dat de auto op naam van [klaagster] staat, is onvoldoende om aan te tonen dat de auto en bijbehoren buiten enige redelijke twijfel uitsluitend aan klaagster toebehoren. Dit geldt temeer nu klager en [klaagster] een relatie hebben, klager gebruik maakte van de auto en ook een financiële bijdrage heeft geleverd aan de auto. Vooralsnog gaat de rechtbank ervan uit dat de auto vatbaar is voor verbeurdverklaring en dat het niet uiterst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, over zal gaan tot verbeurdverklaring van de auto en toebehoren."
8. In de toelichting op het middel wordt onder meer geklaagd dat uit de bestreden beschikking ten onrechte niet blijkt of het beslag is gelegd op de voet van art. 94 Sv Pro of op de voet van art. 94a Sv.
9. Door te oordelen dat de auto vatbaar is voor verbeurdverklaring en dat het niet uiterst onaannemelijk is dat de strafrechter, later oordelend, over zal gaan tot verbeurdverklaring van de auto en toebehoren wekt de Rechtbank de indruk uit te gaan van beslag op de voet van art. 94 Sv Pro. Ik wijs op de gehanteerde maatstaf die overeenkomt met die, in HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010, 654, rov. 2.9 voorgeschreven voor beslag op de voet van art. 94 Sv Pro.
10. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank tot uitdrukking had moeten brengen welke de aard is van het gelegde beslag. Thans doet zich het geval voor dat de Rechtbank in de onderhavige beschikking van een andere grondslag lijkt uit te gaan dan in de beschikking in de samenhangende zaak ten aanzien van hetzelfde beslag en kan voorts niet goed worden nagegaan of de Rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast.
11. Het middel slaagt.
12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Nr. 10/04032 B
Mr. Vellinga
Zitting: 30 augustus 2011
Conclusie inzake:
[klaagster]
1. De Rechtbank te Haarlem heeft bij beschikking van 22 juli 2010 het door klaagster ingediende beklag, strekkende tot teruggave aan klaagster van:
- een sleutel behorende bij een Volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];
- een kentekenbewijs met nummer [001];
- een kentekenbewijs met nummer [002] (deel 1B);
- een kentekenbewijs met nummer [003] (deel II);
- een volkswagen Passat, kenteken [AA-00-BB];
- een keuringsbewijs met nummer [004]
ongegrond verklaard.
2. Tegen deze beschikking is door klaagster op 4 augustus 2010 beroep in cassatie ingesteld.
3. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 10/04031 B en 10/04032 B. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
4. Namens klager heeft mr. J. Kuijper, advocaat te Amsterdam, één middel van cassatie voorgesteld.
5. Het middel klaagt over de maatstaf die de Rechtbank aan haar oordeel ten grondslag heeft gelegd en de wijze waarop de Rechtbank deze heeft gehanteerd.
6. Het gaat in de onderhavige zaak om een klacht tegen de inbeslagneming onder klaagsters partner van een personenauto, die volgens klaagster aan haar toebehoort.
7. De Rechtbank heeft het klaagschrift op de volgende gronden ongegrond verklaard:
"De personenauto, autopapieren en sleutel zijn op 20 januari 2010 rechtmatig onder [klager] in beslag genomen. Het enkele feit dat de auto op naam van klaagster staat is onvoldoende om aan te tonen dat de auto en bijbehoren buiten enige redelijke twijfel uitsluitend aan klaagster toebehoren. Dit geldt temeer nu [klager] en klaagster een relatie hebben, [klager] gebruik maakte van de auto en ook een financiële bijdrage heeft geleverd aan de auto."
8. In de toelichting op het middel wordt onder meer geklaagd dat uit de bestreden beschikking ten onrechte niet blijkt of het beslag is gelegd op de voet van art. 94 Sv Pro of op de voet van art. 94a Sv.
9. Door te overwegen dat buiten redelijke twijfel moet zijn dat de auto uitsluitend aan klaagster toebehoort wekt de Rechtbank de indruk uit te gaan van beslag op de voet van art. 94a Sv. Ik wijs op de gehanteerde maatstaf die overeenkomt met die, in HR 28 september 2010, LJN BL2823, NJ 2010, 654, rov. 2.15 voorgeschreven voor beslag op de voet van art. 94a Sv.
10. Het middel klaagt terecht dat de Rechtbank tot uitdrukking had moeten brengen welke de aard is van het gelegde beslag. Thans doet zich het geval voor dat de Rechtbank in de onderhavige beschikking van een andere grondslag lijkt uit te gaan dan in de beschikking in de samenhangende zaak ten aanzien van hetzelfde beslag en kan voorts niet goed worden nagegaan of de Rechtbank de juiste maatstaf heeft toegepast.
11. Het middel slaagt.
12. Ambtshalve heb ik geen gronden aangetroffen waarop het bestreden arrest zou dienen te worden vernietigd.
13. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden beschikking en tot verwijzing van de zaak naar het gerechtshof te Amsterdam teneinde op het bestaande klaagschrift opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG