ECLI:NL:PHR:2012:BT1822
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak voor bezit fragmenten televisiedocumentaire geen kinderpornografie
De verdachte werd door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf wegens bezit van kinderpornografie, waaronder beelden van jonge kinderen en fragmenten van een televisiedocumentaire over puberteit. De verdediging verzocht om nader deskundigenonderzoek naar de leeftijd van de afgebeelde personen en betoogde dat de documentairefragmenten medische afbeeldingen waren en geen kinderpornografie.
Het hof wees het verzoek tot nader onderzoek af op grond van het noodzakelijkheidscriterium en achtte zich voldoende voorgelicht. Het hof oordeelde dat de verdachte door het selecteren en isoleren van fragmenten uit de documentaire deze had bewerkt, waardoor het materiaal een seksuele strekking kreeg en daarmee onder de definitie van kinderpornografie viel.
De Hoge Raad stelde vast dat de documentairefragmenten geen afbeeldingen van seksuele gedragingen bevatten zoals bedoeld in art. 240b Sr. Zonder nadere motivering kon niet worden aangenomen dat het selecteren en opnemen van fragmenten deze tot seksuele afbeeldingen maakte. Om doelmatigheidsredenen sprak de Hoge Raad verdachte vrij van dat onderdeel van de tenlastelegging, terwijl de strafoplegging voor de overige bewezenverklaringen in stand bleef.
De Hoge Raad verwierp tevens de klachten over de afwijzing van het deskundigenonderzoek en de betrouwbaarheid van de gebruikte methode om de leeftijd van de afgebeelde personen te schatten. Ook de bewezenverklaring werd als voldoende gemotiveerd beoordeeld. Het beroep in cassatie werd verworpen voor zover het betrekking had op de overige onderdelen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van bezit van fragmenten uit televisiedocumentaire, overige veroordeling blijft in stand.