ECLI:NL:PHR:2012:BT1856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onrechtmatig betrekken van niet-gedocumenteerde faillissementsinformatie bij strafoplegging
Verzoeker is door het Gerechtshof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van drie maanden wegens het opzettelijk afleggen van een valse verklaring onder ede. Bij de strafoplegging heeft het hof een onvoorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, mede vanwege de ernst van het feit en de persoonlijke omstandigheden van verzoeker. De verdediging had verzocht om een voorwaardelijke straf of werkstraf, onder meer omdat verzoeker het bedrijf samen met een overleden compagnon voortzette.
Het hof heeft echter op grond van informatie van de Kamer van Koophandel vastgesteld dat het bedrijf gefailleerd was, zonder dat deze informatie ter terechtzitting aan de orde was gekomen of aan verzoeker was voorgelegd. Volgens art. 301 lid 4 Sv Pro mag ten bezware van de verdachte geen acht worden geslagen op stukken die niet zijn besproken of waarvan de inhoud niet is meegedeeld.
De Procureur-Generaal concludeert dat het hof onrechtmatig heeft gehandeld door deze openbare bron te betrekken bij de strafoplegging, waardoor het middel van cassatie slaagt. De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde berechting op basis van het bestaande dossier zonder de betwiste informatie.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onrechtmatig betrekken van niet-gedocumenteerde faillissementsinformatie bij de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen.