ECLI:NL:PHR:2012:BT6397
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplegen zware mishandeling door inspuiten van hiv-besmet bloed met toetsing causaal verband
In deze zaak werd verdachte samen met een medeverdachte veroordeeld door het gerechtshof Leeuwarden voor medeplegen van zware mishandeling door het inspuiten van hiv-besmet bloed bij meerdere slachtoffers. Verdachte was zelf hiv-positief en wist dit sinds april 2005. De feiten betroffen bijeenkomsten waar homoseksuele mannen seks hadden, waarbij verdachte en zijn medeverdachte doelbewust meerdere mannen met besmet bloed hebben geïnjecteerd.
De verdediging betoogde dat het causaal verband tussen het inspuiten van besmet bloed en de hiv-besmetting van de slachtoffers onvoldoende was aangetoond, mede omdat niet kon worden uitgesloten dat besmetting ook via onbeschermde seks had kunnen plaatsvinden. Het hof stelde dat het handelen van verdachte en medeverdachte naar aard geschikt was om de hiv-besmetting te veroorzaken of het gevaar daarvoor significant te vergroten, en dat alternatieve besmettingsroutes niet hoogst onwaarschijnlijk waren, maar ook niet zodanig waarschijnlijk dat het causaal verband in de weg stond.
De Hoge Raad bevestigt deze redelijke toerekening en benadrukt dat absolute zekerheid over het oorzakelijk verband niet vereist is. De kans op besmetting via inspuiten is veel groter dan via onbeschermde seks, en het opzet van verdachte was gericht op het veroorzaken van de besmetting. Wel wordt erkend dat de redelijke termijn voor cassatie is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de veroordeling voor medeplegen van zware mishandeling door het inspuiten van hiv-besmet bloed en wijst strafvermindering toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.