ECLI:NL:PHR:2012:BT6856
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt belastingplicht en afwijzing verhoudingsgetal in afvalstoffenbelastingzaak
Belanghebbende exploiteert een stortplaats die kwalificeert als inrichting in de zin van de Wet Milieubeheer. Zij ontving naheffingsaanslagen afvalstoffenbelasting over de jaren 1997 tot en met 1999 en een afwijzing op haar verzoek tot vaststelling van een verhoudingsgetal. In cassatie staat centraal of belanghebbende als houder van de inrichting kan worden aangemerkt, of bepaalde afvalstromen als vrijgesteld GFT-afval gelden, en of het verzoek om een verhoudingsgetal terecht is afgewezen.
De Hoge Raad bevestigt dat belanghebbende de feitelijke macht heeft over de inrichting en daarom als houder in de zin van artikel 14 Wbm Pro moet worden aangemerkt. Het Hof heeft terecht geoordeeld dat de naheffingsaanslagen terecht op naam van belanghebbende zijn gesteld. Daarnaast is vastgesteld dat RKG-slib, reinigingsdienstenafval, veegvuil en zeefresidu niet kwalificeren als vrijgesteld GFT-afval omdat deze afvalstromen niet afzonderlijk en gescheiden zijn aangeboden en slechts deels composteerbaar zijn.
Ten aanzien van de grond en glasvezelrestanten die belanghebbende gebruikte voor kaden en drainagelagen, oordeelt de Hoge Raad dat ondanks betaling van een positieve prijs, deze prijzen niet reëel waren vanwege de bijzondere aandeelhoudersrelaties, waardoor afvalstoffenbelasting verschuldigd blijft. Het gestelde beleid dat afval boven de buitenste folielaag niet tot de inrichting behoort en dus niet belast wordt, is onvoldoende aannemelijk gemaakt, waardoor verwijzing voor nader feitenonderzoek volgt.
Tot slot oordeelt de Hoge Raad dat het verzoek om een verhoudingsgetal uitsluitend betrekking had op zuiveringsslib en niet op de totale afvalstoffenstroom, zoals de wet vereist. Bovendien is het verzoek te laat ingediend, zodat vaststelling van een verhoudingsgetal voor de jaren in geschil niet mogelijk is. De naheffingsaanslagen worden bevestigd en het verzoek om een verhoudingsgetal afgewezen.
Uitkomst: De naheffingsaanslagen afvalstoffenbelasting worden bevestigd en het verzoek om vaststelling van een verhoudingsgetal afgewezen, met uitzondering van het oordeel over beleid buiten de folielaag dat wordt vernietigd en verwezen.