ECLI:NL:PHR:2012:BT7085
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt bewezenverklaring niet opvolgen ambtelijk bevel wegens ontbreken wettelijke bevoegdheid politieambtenaar
In deze zaak stond de vraag centraal of een vordering tot vertrek, gedaan door politieambtenaren op grond van artikel 10 van Pro de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 's-Hertogenbosch 1996, kan worden aangemerkt als een vordering krachtens wettelijk voorschrift in de zin van artikel 184 Sr Pro. De verdachte werd veroordeeld wegens het opzettelijk niet voldoen aan deze vordering en wegens belediging van een ambtenaar tijdens diens rechtmatige bediening.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 10 APV Pro 's-Hertogenbosch 1996 weliswaar een plicht aan burgers oplegt om een bevel van een politieambtenaar op te volgen, maar niet uitdrukkelijk de bevoegdheid toekent aan politieambtenaren om een dergelijk bevel te geven. Hierdoor ontbreekt de noodzakelijke wettelijke grondslag voor het strafbaar stellen van het niet opvolgen van een vordering op basis van deze APV-bepaling. De bewezenverklaring voor het niet opvolgen van het bevel is daarom onvoldoende gemotiveerd en wordt vernietigd.
Ten aanzien van de belediging oordeelde de Hoge Raad dat de uitlatingen "waarom loog je" en "jij moet niet liegen" in de context van een openbare weg en in aanwezigheid van publiek als beledigend kunnen worden aangemerkt. De belediging vond plaats tijdens de rechtmatige uitoefening van de bediening van de ambtenaar, waardoor deze bewezenverklaring standhoudt.
De zaak wordt terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting van het niet opvolgen van het ambtelijk bevel, terwijl het overige beroep wordt verworpen. Tevens is sprake van overschrijding van de redelijke termijn in cassatie, wat kan leiden tot strafvermindering.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd voor het niet opvolgen van het ambtelijk bevel wegens ontbreken wettelijke bevoegdheid, en terugverwezen; de bewezenverklaring voor belediging blijft in stand.