ECLI:NL:PHR:2012:BT8464
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Begrip aflevering in wegvervoer en aansprakelijkheid bij diefstal lading na weigering ontvangst
In deze zaak stond centraal of en wanneer aflevering van roestvrijstalen buizen door Tele Tegelen aan Stainalloy had plaatsgevonden, en daarmee het einde van de vervoerovereenkomst. Op 13 november 2001 werden twee opleggers met buizen aangeboden bij Stainalloy, waarbij de eerste oplegger werd gelost en de tweede werd geweigerd wegens ruimtegebrek. De chauffeur parkeerde de tweede oplegger met lading op de openbare weg nabij het terrein van Stainalloy. Later werd aangifte gedaan van diefstal van deze oplegger en lading.
De rechtbank oordeelde dat de vervoerovereenkomst op 13 november was geëindigd en wees de vordering af. Het hof stelde echter vast dat geen wilsovereenstemming bestond over aflevering van de tweede lading, omdat Stainalloy de goederen niet in ontvangst had genomen en geen instructie had gegeven om de oplegger op de openbare weg te plaatsen. Hierdoor was de vervoerovereenkomst niet geëindigd en bleef Tele Tegelen aansprakelijk voor de schade.
De Hoge Raad bevestigde dat aflevering in wegvervoer vereist dat de vervoerder de macht over de goederen met instemming van de geadresseerde opgeeft en deze in staat stelt feitelijke macht uit te oefenen. Het enkele feit dat de chauffeur met de lading arriveerde, is onvoldoende zonder medewerking of wilsovereenstemming van de geadresseerde. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof dat Tele Tegelen aansprakelijk is voor de schade door diefstal, omdat geen geldige aflevering had plaatsgevonden.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; geen aflevering heeft plaatsgevonden, waardoor Tele Tegelen aansprakelijk blijft voor de schade door diefstal.