ECLI:NL:PHR:2012:BT8785
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens schending Salduz-recht en herhaalt bewijsuitsluiting bij ontbreken advocaat vooraf verhoor
In deze zaak werd verzoekster veroordeeld wegens poging tot doodslag. Zij was aangehouden en verhoord zonder dat zij voorafgaand aan het eerste verhoor de gelegenheid had gekregen een advocaat te raadplegen, hetgeen een schending van het Salduz-recht oplevert. Het hof had dit vormverzuim wel erkend maar oordeelde dat dit niet tot bewijsuitsluiting hoefde te leiden, mede omdat verzoekster haar verklaring steeds had gehandhaafd en het verhoor volgens toen geldende praktijk had plaatsgevonden.
De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt de jurisprudentie rond het Salduz-arrest en stelt dat het ontbreken van de mogelijkheid tot raadpleging van een advocaat voorafgaand aan het eerste verhoor in beginsel tot bewijsuitsluiting moet leiden, behoudens uitdrukkelijke afstand of dwingende redenen. Het hof heeft dit miskend door de eerste verklaring van verzoekster als bewijsmiddel te gebruiken.
Daarnaast behandelde het hof de vraag of verzoekster tijdens het incident handelde in een slaaptoestand. Diverse deskundigenrapporten werden besproken, waarbij het hof uiteindelijk oordeelde dat het niet aannemelijk was dat verzoekster slaapwandelde tijdens het delict. Dit oordeel werd door de Hoge Raad niet onbegrijpelijk bevonden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling, waarbij het Salduz-verweer correct moet worden toegepast en de eerste verklaring van verzoekster niet als bewijs mag worden gebruikt.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd wegens schending van het Salduz-recht en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling zonder gebruik van de eerste verklaring als bewijs.