ECLI:NL:PHR:2012:BU3100
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg en bewijskracht voorkeursrecht in leveringsakte volgens Haviltex-maatstaf
Deze zaak betreft de uitleg en bewijskracht van een voorkeursrecht opgenomen in een leveringsakte bij de koop van een woning. Partijen, die gehuwd waren onder huwelijkse voorwaarden en later gescheiden, hebben een geschil over de vraag of het voorkeursrecht toekomt aan eiser alleen of ook aan zijn echtgenote, verweerster, en hoe dit recht in de akte moet worden uitgelegd.
De Hoge Raad behandelt de vraag in hoeverre de leveringsakte dwingend bewijs oplevert en voor wie dit geldt. Het hof had geoordeeld dat de akte dwingend bewijs oplevert ten behoeve van eiser en verweerster, en dat tegenbewijs openstaat. Het hof paste de Haviltex-maatstaf toe voor de uitleg van de akte en concludeerde voorlopig dat het voorkeursrecht in gelijke delen aan beiden toekomt.
De Hoge Raad bevestigt dat de dwingende bewijskracht van de akte geldt ten behoeve van de wederpartij en diens rechtverkrijgenden, maar niet in de onderlinge verhouding tussen deze rechtverkrijgenden zelf. De uitleg van de akte blijft maatgevend en geschiedt volgens de Haviltex-maatstaf. Tegenbewijs kan worden geleverd om aan te tonen dat de bewoordingen van de akte niet overeenstemmen met de werkelijke bedoeling van partijen. De klachten over de uitleg en bewijswaardering worden verworpen, en het beroep wordt afgewezen.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt verworpen en het hof-oordeel blijft dat het voorkeursrecht in de leveringsakte geldt voor eiser en verweerster in gelijke delen.