ECLI:NL:PHR:2012:BU4000

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 januari 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01356
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 437 Sv
Verwijzingen
3 uitgaand · 2 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte in cassatie wegens niet tijdig indienen middelen

Het gerechtshof te 's-Gravenhage heeft het vonnis van de rechtbank Dordrecht bevestigd, waarbij verdachte is veroordeeld wegens diefstal met geweld door meerdere personen. Het hof heeft de strafoplegging en motivering ten aanzien van de straf aangepast en een gevangenisstraf van vijf jaar en negen maanden opgelegd. Tevens is een schadevergoedingsmaatregel toegewezen aan de benadeelde partij.

Verdachte heeft geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend binnen de wettelijke termijn bij de Hoge Raad. Hierdoor is niet voldaan aan het vereiste van artikel 437, tweede lid, Sv, waardoor verdachte niet-ontvankelijk wordt verklaard in het cassatieberoep.

De Procureur-Generaal concludeert dat het beroep van verdachte moet worden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid. Er is geen inhoudelijke behandeling van de zaak plaatsgevonden vanwege het ontbreken van de middelen van cassatie.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van middelen.

Conclusie

Nr. 11/01356
Mr. Vellinga
Zitting: 8 november 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te 's-Gravenhage heeft - behoudens ten aanzien van de strafoplegging en de motivering daarvan - bij arrest van 25 oktober 2010, onder aanvulling van gronden ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1], bevestigd het vonnis van de Rechtbank te Dordrecht - voor zover aan zijn oordeel onderworpen - waarbij verdachte wegens "1. Diefstal, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen" is veroordeeld, het vonnis voor wat betreft de strafoplegging en de motivering daarvan vernietigd en verdachte de straf opgelegd van vijf jaren en negen maanden gevangenisstraf. Voorts heeft het Hof de vordering van de benadeelde partij [betrokkene 1] toegewezen tot een bedrag van € 7.157,85 en de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Voor het toegewezen bedrag is tevens een schadevergoedingsmaatregel opgelegd.
2. Er bestaat samenhang tussen de zaken met de nummers 11/01356, 11/01054 en 11/01358. In al deze zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in zijn cassatieberoep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG