ECLI:NL:PHR:2012:BU5260
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt voorwaardelijk opzet bij meervoudige poging tot moord door schieten op slaapkamerraam
Op 7 juli 2009 schoot verdachte zes keer met een vuurwapen op de ramen van de dakkapel van de woning van de slachtoffers, waar deze zich naar het oordeel van het hof bevonden. Vier kogels drongen door het middelste raam, vlakbij de slachtoffers, en twee kogels troffen de muur onder het rechterraam. Het hof oordeelde dat verdachte zich bewust was van de aanmerkelijke kans op de dood van de slachtoffers en dit opzet had aanvaard.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij bewust op het naastgelegen raam had geschoten en dat het schieten geen aanmerkelijke kans op de dood inhield, mede omdat het gipsplafond het risico op ricochet verkleinde en de slachtoffers zich hadden gedoken. De Hoge Raad verwierp dit verweer, stellende dat het hof terecht van voorwaardelijk opzet is uitgegaan, ook na abstractie van de specifieke omstandigheden achteraf.
De Hoge Raad benadrukte dat voorwaardelijk opzet vereist dat de verdachte zich bewust blootstelt aan de aanmerkelijke kans van het gevolg en dat dit objectief moet worden beoordeeld. Het hof mocht daarbij rekening houden met het feit dat verdachte een ongeoefend schutter was en niet precies wist waar de slachtoffers zich bevonden. De verklaring van verdachte dat hij bewust mis had geschoten, deed aan het bewijs van opzet niet af.
De Hoge Raad verwierp ook de klacht dat het hof het begrip 'schootsveld' verkeerd had gebruikt. Het hof had duidelijk gemaakt dat het schootsveld de plaatsen omvatte waar de kogels terecht konden komen en dat de slachtoffers zich binnen dat veld bevonden tijdens het schieten. Beide cassatiemiddelen faalden, waardoor het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat verdachte voorwaardelijk opzet had en veroordeelt hem tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot moord.