ECLI:NL:PHR:2012:BU5615
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bank niet tekortgeschoten in opdracht tot verhandelbaar maken Amerikaanse aandelen
In deze zaak vordert eiser schadevergoeding van Dexia Bank wegens vermeende tekortkoming bij het verhandelbaar maken van Amerikaanse aandelen. Eiser had in juli 1999 aan Labouchere, de rechtsvoorganger van Dexia, opdracht gegeven zijn aandelen E-Pawn gestaffeld te verkopen. Na verkoop bleek dat de aandelen niet vrij verhandelbaar waren, wat volgens eiser tot schade leidde.
De rechtbank en het hof oordeelden dat Dexia slechts het aandelenbewijs had gedeponeerd en verder niets had gedaan om de aandelen verhandelbaar te maken. Het hof stelde echter vast dat eiser niet had voldaan aan zijn stelplicht om aannemelijk te maken dat Regulation S van toepassing was, een voorwaarde voor verhandelbaarheid. Ook was niet aangetoond dat aan de voorwaarden van Rule 144 was voldaan.
De Hoge Raad bevestigt dat het op de eiser rustte om aannemelijk te maken dat aan alle voorwaarden voor vrij verhandelbaarheid was voldaan. Omdat eiser onvoldoende feiten en bewijs heeft geleverd, kan Dexia geen tekortkoming worden verweten. Ook lag het op de weg van eiser om Dexia te informeren over de datum van de Settlement Agreement, wat niet is gebeurd. De vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat Dexia niet tekortgeschoten is in de uitvoering van de opdracht tot verhandelbaar maken van aandelen.