ECLI:NL:PHR:2012:BU5695
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt rechtmatigheid conservatoir beslag op Rembrandt-schilderij ondanks ontbreken op lijst bevriezingsbevel
In deze zaak gaat het om het conservatoir beslag op een Rembrandt-schilderij dat eigendom is van de familie van klager. De Belgische onderzoeksrechter verzocht via een bevriezingsbevel beslag te leggen op kunstwerken en bankrekeningen, waaronder het Rembrandt-schilderij dat zich bij een kunstdealer bevond. Hoewel het schilderij niet expliciet op de lijst van het bevriezingsbevel stond, oordeelde de rechtbank dat het beslag rechtmatig was omdat het kunstpatrimonium als geheel was aangewezen en het bevriezingsbevel ruimte liet voor kunstwerken die niet op de lijst stonden.
Daarnaast werd een strafrechtelijk financieel onderzoek (sfo) ingesteld op grond van art. 13 WOTS Pro, waarbij opnieuw beslag werd gelegd op het schilderij. De klacht dat dit tweede beslag onrechtmatig was omdat de locatie van het schilderij al bekend was, werd eveneens verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat het sfo niet alleen gericht is op opsporing, maar ook op waardebepaling en het verkrijgen van inzicht in rechten van derden, en dat beslag op bekende voorwerpen binnen dit kader mogelijk is.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten falen en dat het beroep in cassatie moet worden verworpen. Er is geen aanleiding voor ambtshalve vernietiging van de bestreden beschikking.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het conservatoir beslag op het Rembrandt-schilderij wordt als rechtmatig bevestigd.