ECLI:NL:PHR:2012:BU6053
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewezenverklaring opzetheling en begrip voorhanden hebben
In deze jeugdzaak heeft het gerechtshof Amsterdam verdachte veroordeeld voor opzetheling van gestolen goederen, waaronder sigaretten, een mobiele telefoon en geld. Verdachte had deze goederen uit een gestolen tas gehaald en in haar handen gehouden, terwijl zij wist dat het om gestolen spullen ging.
De verdediging stelde dat de bewezenverklaring ontoereikend was omdat niet vaststond dat verdachte de goederen zodanig feitelijk onder zich had dat sprake was van 'voorhanden hebben' in de zin van artikel 416 Sr Pro. De Hoge Raad oordeelde dat het begrip 'voorhanden hebben' zich uitstrekt tot ieder feitelijk onder zich hebben, ongeacht het doel of de titel, en dat het feitelijk in handen hebben van de goederen voldoende is. Ook het handelen uit nieuwsgierigheid doet hieraan niet af.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het arrest van het hof. De bewezenverklaring is toereikend gemotiveerd en sluit aan bij de bewijsmiddelen, waaronder verklaringen van getuigen en verdachte zelf. De strafrechtelijke veroordeling blijft daarmee in stand.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling voor opzetheling blijft in stand.