ECLI:NL:PHR:2012:BU6496
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van het bestaan van een recht van buurweg over aangrenzend perceel
In deze zaak staat de vraag centraal of er een recht van buurweg bestaat over het perceel van verweerster ten gunste van het perceel van eiser. Eiser, eigenaar van een achterterrein dat ingesloten ligt tussen andere percelen, maakt aanspraak op een buurweg over het perceel van verweerster om met voertuigen van en naar de openbare weg te kunnen rijden.
De feiten betreffen onder meer een overeenkomst uit 1956 waarbij het recht werd verkregen om tegen betaling over het terrein van de grootvader van verweerster te rijden, het gebruik van het terrein door omwonenden, en recente afsluiting van een doorgang door verbouwingswerkzaamheden. Het hof heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een buurweg, omdat het enkele gedogen onvoldoende is en het bewijs van een stilzwijgende bestemming ontbreekt.
De Hoge Raad overweegt dat het hof het voor tegenbewijs vatbare vermoeden van het bestaan van een buurweg bij langdurig ongestoord bezit niet heeft miskend. Eiser heeft onvoldoende feiten en bewijs geleverd om aan te tonen dat er een stilzwijgende wilsverklaring tot buurweg is gegeven. Ook het bewijsaanbod van eiser werd door het hof terecht als onvoldoende gespecificeerd beoordeeld. Het beroep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd; er bestaat geen recht van buurweg.