ECLI:NL:PHR:2012:BU6784
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt niet-ontvankelijkverklaring OM wegens ontoereikende motivering bij vals geldzaak
In deze zaak stond verdachte terecht voor het medeplegen van het in voorraad hebben, ontvangen en uitgeven van valse eurobiljetten. Het hof had het OM niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging wegens het niet tijdig informeren van verdachte over de handelwijze van een door de CIE gerunde informant, wat volgens het hof het recht op een eerlijk proces had geschaad.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het OM niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Daarbij werd overwogen dat niet gesteld kon worden dat verdachte door de informant tot andere strafbare feiten was gebracht dan waarop zijn opzet was gericht. Ook het opleggen van de zwaarst mogelijke sanctie om de CIE en het OM te waarschuwen was onvoldoende grond voor niet-ontvankelijkheid.
De zaak betrof complexe feiten rondom de inzet van een burgerinformant die betrokken was bij een vals geldtransactie, waarbij het hof tekort was geschoten in de beoordeling van de rechtmatigheid van het overheidshandelen en de controle op de informant.
De Hoge Raad vernietigde het arrest voor zover het betrekking had op de niet-ontvankelijkverklaring en strafoplegging en verwees de zaak terug naar het hof voor een nieuwe beoordeling van deze onderdelen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug voor hernieuwde behandeling wegens onvoldoende motivering van de niet-ontvankelijkverklaring van het OM.