ECLI:NL:PHR:2012:BU7364
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt normering woonlasten bij wijziging kinderalimentatie
Partijen zijn gescheiden en hebben twee kinderen die bij de vrouw wonen. De man was aanvankelijk gehouden een bijdrage te leveren in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen. De rechtbank had deze bijdrage op nihil gesteld, maar het hof vernietigde dit en bepaalde een bijdrage van €45 per kind per maand.
Het geschil betrof de draagkracht van de man, waarbij het hof oordeelde dat zijn woonlasten in België, die hoger waren dan zijn eerdere woonlasten in Breda, onredelijk hoog waren en niet ten koste mochten gaan van de kinderalimentatie. De man was verhuisd naar een duurdere woning met zijn partner, waardoor zijn woonlasten stegen.
De man stelde in cassatie dat het hof onjuiste rechtsopvattingen had gehanteerd en onvoldoende had gemotiveerd, onder meer omdat het hof geen rekening had gehouden met de woningmarkt en de Tremanormen. De Hoge Raad verwierp deze klachten, overwegende dat het hof zijn oordeel voldoende had gemotiveerd en dat de Tremanormen richtlijnen zijn waarover in cassatie niet kan worden geklaagd.
De Hoge Raad bevestigde dat de man zijn keuze voor hogere woonlasten niet op de kinderen mag afwentelen en dat het hof terecht het hogere bedrag buiten beschouwing liet bij de draagkrachtberekening. Het cassatieberoep werd verworpen met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het oordeel van het hof dat de woonlasten van de man onredelijk hoog zijn en niet ten laste mogen komen van de kinderalimentatie wordt bekrachtigd.