ECLI:NL:PHR:2012:BU7630
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over onduidelijke strafmotivering bij belastingaangifteverzuim
De verdachte werd door het Hof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, en een werkstraf van 120 uur wegens het niet tijdig doen van belastingaangiften over twee jaren, wat leidde tot een benadelingsbedrag van €184.729.
De verdediging stelde dat de strafoplegging onbegrijpelijk was omdat het Hof enerzijds een onvoorwaardelijke gevangenisstraf oplegde, maar anderzijds stelde dat volstaan kon worden zonder daadwerkelijke gevangenisstraf, verwijzend naar elektronische detentie. Dit zou tot onzekerheid leiden over de wijze van tenuitvoerlegging.
De Hoge Raad overweegt dat de strafrechter geen bindende beslissingen kan nemen over de wijze van tenuitvoerlegging van de straf en dat het Hof geen opdracht aan het Openbaar Ministerie heeft gegeven tot elektronische detentie. Desondanks oordeelt de Hoge Raad dat de strafmotivering onbegrijpelijk is vanwege de tegenstrijdige overwegingen omtrent de gevangenisstraf en de uitvoering daarvan.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst het terug naar het Hof Arnhem voor hernieuwde behandeling van het hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Arnhem wordt vernietigd vanwege een onbegrijpelijke strafmotivering en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.