ECLI:NL:PHR:2012:BU7636
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onduidelijkheid over bevoegdheid portiers tot fouillering
De zaak betreft een verdachte die werd veroordeeld wegens het bezit van een vuurwapen en munitie, aangetroffen na een fouillering door portiers van een horecagelegenheid. De verdediging voerde aan dat deze fouillering onrechtmatig was omdat de portiers niet gebonden zijn aan strafvorderlijke regels zoals de Opiumwet, en dat er geen ernstige bezwaren waren voor het kledingonderzoek.
Het hof Arnhem verwierp het verweer en oordeelde dat de portiers op basis van eigen huisregels handelden en dat de strafvorderlijke regels niet op hen van toepassing zijn. Het hof vond ook dat de taakverdeling tussen politie en portiers geen schending van gerechtvaardigde belangen opleverde.
De Hoge Raad stelt echter vast dat niet is gebleken dat de huisregels van de horecagelegenheid bestaan of dat deze de portiers bevoegdheid tot fouillering geven. Hierdoor is het oordeel van het hof niet begrijpelijk en is het middel van de verdediging gegrond. De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Arnhem voor een nieuwe beoordeling op basis van het bestaande hoger beroep.
De conclusie van de procureur-generaal benadrukt dat het onduidelijk is of huisregels een dergelijke bevoegdheid kunnen creëren en dat de bewijsuitsluiting in dit kader nader moet worden onderzocht.
Uitkomst: Het arrest van het hof Arnhem wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling.