ECLI:NL:PHR:2012:BU8914
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid tot navorderen en toepassing 30%-regeling op winstafhankelijke uitkeringen na dienstverband
Belanghebbende sloot een profit participation agreement (PP-Agreement) met zijn werkgever, op grond waarvan hij na afloop van zijn dienstverband recht had op winstafhankelijke uitkeringen. Deze uitkeringen werden niet in de loonbelasting verwerkt, maar wel in de inkomstenbelasting. De Inspecteur legde een navorderingsaanslag op wegens niet-aangegeven inkomsten. Het Hof oordeelde dat de uitkeringen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn en dat belanghebbende recht heeft op toepassing van de 30%-regeling, hoewel deze niet door de werkgever was toegepast.
De Minister betwistte dit in cassatie en voerde onder meer aan dat de vaststellingsovereenkomst toepassing van de 30%-regeling uitsluit, dat de regeling niet kan worden toegepast als deze niet in de loonbelasting is toegepast, en dat de regeling eindigt bij vertrek uit Nederland. De Advocaat-Generaal concludeert dat deze bezwaren niet slagen. De 30%-regeling kan ook in de inkomstenbelasting worden toegepast, navordering is mogelijk, en het vertrek uit Nederland beëindigt de looptijd van de regeling niet automatisch.
De Advocaat-Generaal benadrukt dat de uitkeringen loon uit tegenwoordige dienstbetrekking zijn, dat de 30%-regeling een forfaitaire regeling is die maximaal tien jaar geldt, maar dat de regeling ook kan worden toegepast op latere uitkeringen indien het recht op vergoeding onvoorwaardelijk is geworden binnen de looptijd. De navorderingsaanslag dient te worden verminderd conform toepassing van de 30%-regeling op het volledige bedrag van de uitkeringen.
Uitkomst: De navorderingsaanslag wordt verminderd met toepassing van de 30%-regeling op de volledige winstafhankelijke uitkeringen.