ECLI:NL:PHR:2012:BU9204
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg echtscheidingsconvenant en bewijsaanbod inzake verdeling banksaldi
Deze zaak betreft de uitleg van een echtscheidingsconvenant tussen partijen die in algehele gemeenschap van goederen waren gehuwd en de verdeling van banksaldi die onderdeel uitmaken van de huwelijksgoederengemeenschap. De vrouw vorderde betaling van de helft van bepaalde banksaldi die volgens haar abusievelijk niet waren toegescheiden.
De rechtbank Rotterdam wees de vordering af wegens onvoldoende gegevens over een afwijkende verdeling. Het hof 's-Gravenhage bekrachtigde dit oordeel, waarbij het bewijsaanbod van de vrouw om correspondentie tussen advocaten over het concept-convenant over te leggen, werd verworpen als niet relevant. De vrouw kwam in cassatie tegen dit oordeel.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het bewijsaanbod beperkte tot correspondentie over het concept en niet over de gehele voorbereiding van het convenant. De correspondentie kan relevant zijn voor het vaststellen van de werkelijke afspraken, mede gezien de verschillen tussen het concept en het definitieve convenant. Het hof heeft onvoldoende gemotiveerd waarom het bewijsaanbod niet relevant zou zijn. Daarom wordt het arrest van het hof vernietigd en wordt de zaak terugverwezen voor nadere behandeling.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van het bewijsaanbod en de zaak wordt terugverwezen.