ECLI:NL:PHR:2012:BV0612
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging koopovereenkomst ondanks vervallen gemeentelijk voorkeursrecht
In deze zaak stond de vraag centraal of een koopovereenkomst nietig verklaard kan worden op grond van artikel 26 van Pro de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg), ook als het gemeentelijk voorkeursrecht ten tijde van het verzoek tot nietigverklaring niet meer bestond.
De koopovereenkomst betrof een perceel cultuurgrond waarop ten tijde van de overeenkomst een gemeentelijk voorkeursrecht rustte. Dit voorkeursrecht werd later met terugwerkende kracht vervallen verklaard. De gemeente verzocht de koopovereenkomst nietig te verklaren omdat deze was gesloten met de kennelijke strekking afbreuk te doen aan haar voorkeursrecht.
De rechtbank verklaarde de koopovereenkomst nietig, hetgeen door het hof werd bekrachtigd. De Hoge Raad oordeelde dat voor de toepassing van artikel 26 Wvg Pro bepalend is de toestand op het moment van het verrichten van de rechtshandeling, niet de toestand ten tijde van het verzoek of de rechterlijke beslissing. Het voorkeursrecht moet dus op het moment van de rechtshandeling bestaan. De latere vervallenverklaring doet niet af aan de mogelijkheid tot nietigverklaring. Hierdoor wordt de effectiviteit van het voorkeursrecht gewaarborgd, ook als de procedure lang duurt.
De Hoge Raad verwierp het verweer dat het voorkeursrecht nog moet gelden op het moment van het verzoek of de uitspraak. Ook een analogie met art. 3:45 BW Pro werd afgewezen. De Hoge Raad benadrukte dat de bescherming ex tunc werkt en dat de nietigheid terugwerkt tot het moment van de rechtshandeling. De conclusie van de advocaat-generaal was om het cassatieberoep te verwerpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat nietigverklaring van de koopovereenkomst op grond van artikel 26 Wvg mogelijk is ondanks het latere verval van het voorkeursrecht.