ECLI:NL:PHR:2012:BV0655
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken financieel belang bij navorderingsaanslag
Belanghebbende, een werknemer die in België woont en in Nederland werkt, had voor 2003 en 2004 gekozen voor behandeling als binnenlands belastingplichtige. Voor 2004 werd een navorderingsaanslag opgelegd omdat hij in 2005 niet meer voor deze behandeling koos, waardoor de hypotheekrenteaftrek voor zijn Belgische woning werd teruggenomen. Tijdens de procedure heeft de Inspecteur de navorderingsaanslag verminderd tot nihil, waarna de Rechtbank het beroep van belanghebbende niet-ontvankelijk verklaarde wegens gebrek aan procesbelang.
Belanghebbende stelde dat hij op grond van EU-recht recht heeft op hypotheekrenteaftrek zonder gebruik te maken van de keuzemogelijkheid van artikel 2.5 Wet IB en dat er wel een nieuw feit was dat navordering rechtvaardigde. Hij voerde aan dat de Rechtbank ten onrechte het Europees recht niet had betrokken en dat het beroep ontvankelijk moest worden verklaard.
De advocaat-generaal analyseerde uitgebreid de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de EU, waaronder de arresten Schumacker, Hartmann, Renneberg en Gielen, en de Nederlandse jurisprudentie over het vereiste van financieel belang bij het instellen van beroep. Hij concludeerde dat het cassatieberoep niet ontvankelijk is omdat het belang van belanghebbende bij de procedure is komen te vervallen door de vermindering van de navorderingsaanslag tot nihil. Ook indirect financieel belang, zoals schadevergoeding, was niet aannemelijk gemaakt.
De conclusie benadrukt dat het ontbreken van financieel belang een dwingende ontvankelijkheidsvoorwaarde is en dat de procedure niet dient te worden voortgezet als geen gunstiger resultaat kan worden bereikt. De mogelijkheid om prejudiciële vragen te stellen aan het Hof van Justitie werd erkend, maar door het ontbreken van belang kon het beroep niet inhoudelijk worden behandeld.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van financieel belang.