ECLI:NL:PHR:2012:BV0774
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vordering schadevergoeding wegens niet uitgekeerde bonussen aan bankmedewerker
De zaak betreft een werknemer die schadevergoeding vordert wegens niet uitgekeerde bonussen over meerdere jaren bij zijn voormalige werkgever, een bank. De werknemer was onder meer belast met handel in converteerbare obligaties en het Global Swap Book (GSB), waarvan hij in september 2002 met onmiddellijke ingang werd ontheven. Hij vordert onder meer betaling van gemiste bonussen over 2002, 2003, 2004 en schadevergoeding wegens het ontnemen van zijn werkzaamheden aan het GSB.
De rechtbank wees een deel van de vorderingen toe, maar het hof vernietigde dit vonnis en beperkte de vergoeding tot een deel van de gemiste bonus over 2002 en een aanvullende bonus over 2004. Het hof oordeelde dat de bank discretionaire bevoegdheid had bij de bonusverdeling en dat de werknemer onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij aanspraak had op hogere bedragen. Het hof nam ook aan dat de bank de werknemer terecht van het GSB had ontheven, mits rekening werd gehouden met opgebouwde bonusrechten.
In zijn conclusie bekritiseert de advocaat-generaal het onbegrijpelijke oordeel van het hof over de aanvullende bonusaanspraak over 2004 en het niet betrekken van essentiële stellingen van de bank. Tevens wordt ingegaan op de maatschappelijke context van excessieve bonussen, de noodzaak van een zorgvuldige beloningsstructuur en de verhouding tussen vaste en variabele beloning. De conclusie benadrukt dat de bank een discretionaire bevoegdheid heeft, maar dat deze niet willekeurig is en dat de werknemer onvoldoende bewijs heeft geleverd voor zijn aanspraken. De conclusie pleit voor een zorgvuldige motivering en respect voor de feitenrechterlijke beoordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de discretionaire bevoegdheid van de bank bij bonusverdeling maar bekritiseert onbegrijpelijke oordelen van het hof en wijst gedeeltelijke schadevergoeding toe aan de werknemer.