ECLI:NL:PHR:2012:BV1295
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg dekkingsomvang AVB-polis bij werkgeversaansprakelijkheid voor verkeersongeval werknemer
In deze zaak staat de uitleg van de dekking van een Aansprakelijkheidsverzekering voor Bedrijven (AVB-polis) centraal, waarbij de vraag is of de aansprakelijkheid van een werkgever jegens een werknemer voor schade als gevolg van het niet treffen van een adequate verzekering onder de polis valt.
De werknemer liep een dwarslaesie op bij een verkeersongeval en stelde de werkgever aansprakelijk op grond van art. 7:611 BW Pro wegens het niet afsluiten van een verzekering. De werkgever verzocht haar verzekeraar dekking te verlenen, maar dit werd geweigerd. De rechtbank wees de vordering af, het hof bevestigde dit oordeel en oordeelde dat de aansprakelijkheid van de werkgever in dit geval betrekking heeft op vermogensschade (het mislopen van een verzekeringsuitkering) en niet op de ongevalsschade zelf.
De Hoge Raad bevestigt dat de AVB-polis alleen dekking biedt voor aansprakelijkheid voor letsel- en zaakschade die het gevolg is van een aansprakelijkheidscheppende gedraging of nalatigheid van de verzekerde. De aansprakelijkheid van de werkgever wegens het niet afsluiten van een verzekering betreft echter vermogensschade die niet onder de polis valt. Ook het beroep op redelijkheid en billijkheid of op het vertrouwen van de werkgever in dekking onder de polis wordt verworpen.
De conclusie benadrukt de complexiteit en risico's van rechtsontwikkeling met terugwerkende kracht en wijst op de noodzaak van zorgvuldige uitleg van polisvoorwaarden en de maatschappelijke gevolgen voor werkgevers en verzekeraars.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de aansprakelijkheid van de werkgever wegens het niet afsluiten van een verzekering niet onder de dekking van de AVB-polis valt.