1.1 In cassatie kan van de volgende feiten worden uitgegaan((1)):
(i) Op 12 maart 2004 heeft [betrokkene 1] zich namens verweersters in cassatie (hierna: [verweerster] c.s.) gewend tot [betrokkene 2], als advocaat verbonden aan eiseres tot cassatie (hierna: [eiseres]) en deze verzocht rechtsbijstand te verlenen.
(ii) Tussen [betrokkene 2] en [betrokkene 1] heeft op 18 maart 2004 overleg plaatsgevonden, waarna eerstgenoemde bij brief van 19 maart 2004 aan laatstgenoemd, voor zover thans van belang, het volgende heeft geschreven:
"Met verwijzing naar onze bespreking (...) op 18 maart 2004 bevestig ik u, dat ik voor beide vennootschappen zal optreden (...). Verder zend ik u hierbij (...) de folder "Zo rekent [eiseres]". U vindt daarin de voorwaarden waarop ons kantoor werkzaam is. Het basisuurtarief bedraagt € 200,00. Gelet op het belang van de zaak zal ik een factor 2 toepassen. De maandelijkse declaraties zal ik telkens bij helfte aan ieder van de beide holdingvennootschappen doen toekomen. (...............). In verband daarmee zou ik u dan ook willen verzoeken om hetzij ieder een voorschot te betalen van €15.000,-, hetzij persoonlijke aansprakelijkheid te willen aanvaarden voor de betaling van de declaraties van ons kantoor. Het bedrag is als volgt berekend. Het griffierecht voor het hoger beroep zal circa €10.000,00 bedragen. Mijn werkzaamheden zullen in het uiterste geval ongeveer 40 uur vergen, derhalve in totaal aan honorarium €16.000,00. Daar komen dan nog kantoorkosten bij, kosten van een deurwaarder, alsmede de BTW (...)".
(iii) Na de brief van 19 maart 2004 hebben beide vennootschappen ieder € 10.000 betaald. Bij brief van 23 april 2004 heeft [eiseres] [verweerster] c.s. verzocht om ook het restant van € 10.000,00 over te maken. Dat bedrag is niet betaald.
(iv) Gedurende circa vier en een half jaar is bij het declareren steeds het basisuurtarief € 200 zonder factor aan [verweerster] c.s. in rekening gebracht.
(v) [Betrokkene 2] heeft feitelijk nooit in enige andere zaak een ander dan het standaardtarief in rekening gebracht bij één van [betrokkene 1 en 3] en/of hun vennootschappen.
(vi) Bij brief van 9 oktober 2008 schrijft [betrokkene 2], voor zover van belang, het volgende aan [verweerster] c.s.:
"(...) In dit verband wijs ik erop, dat ik destijds aan de zaak ben begonnen op basis van het normale basistarief, maar wel aanpassing van het tarief mij heb voorbehouden in verband met het belang van de zaak. Nu bovendien de procedure goed is afgelopen, wil ik dan ook alsnog een declaratie opmaken op basis van het bij het financiële belang behorende uurtarief. Uiteraard zal dit dan ook bij AMEV worden neergelegd (...) Vanwege het belang (meer dan € 340.000,00) is (...) een verhogingsfactor van toepassing van 1,5, dus € 58.500,00 extra (...)."
(vii) Bij brief van 14 oktober 2008 schrijft [betrokkene 2] aan hen, voor zover van belang:
"(...) Tot dusver heb ik gedeclareerd op basis van het basis uurtarief. Bij aanvang van de zaak is echter uitdrukkelijk afgesproken, dat de tarievenfolder "Zo rekent [eiseres]" van toepassing zou zijn voor wat betreft de voorwaarden waarop ons kantoor werkzaam is. U vindt dit terug in mijn brief aan u beiden van 19 maart 2004. Daarin is uitdrukkelijk ook opgenomen, dat vanwege het belang van de zaak een factor 2 zou worden toegepast. Op basis van de tarievenfolder zoals die destijds gold, zou een factor 2,5 kunnen worden toegepast. Dat had ik ook in gedachte toen ik mijn laatste brief aan u schreef en daarin een nog te declareren post noemde voor een extra factor 1,5. In die brief van 19 maart 2004 vindt u ook een berekening van het voorschot, waarbij ook een schatting is gegeven van de te verwachten kosten op basis van het basis uurtarief maal de factor 2 (...)."
(viii) Op 17 november 2008 heeft [betrokkene 2] een factuur aan [verweerster] c.s. gezonden, waarbij hij betaling vraagt van € 58.456,27 (hoofdsom inclusief rente tot en met 19 januari 2009). [Verweerster] c.s. betalen de factuur niet.