ECLI:NL:PHR:2012:BV1453
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoofdelijke aansprakelijkheid bestuurder en vennootschap voor onbetaalde huur en onrechtmatige daad
De zaak betreft een conflict over de betaling van huurpenningen voor een bedrijfspand te Tilburg, verhuurd door verweerder aan [A] B.V., waarvan eiseres en eiser betrokken waren via verschillende vennootschappen en functies. Na overdracht van aandelen en bedrijfsactiviteiten ontstond discussie over het gebruik van het pand en de betalingsverplichtingen.
De rechtbank wees de vorderingen van verweerder af, maar het hof vernietigde dit en veroordeelde eiseres en eiser hoofdelijk tot betaling van €185.000,- wegens achterstallige huur en onrechtmatige daad. Het hof oordeelde dat eiseres feitelijk de beschikking had over het gehele pand en bewust had geprofiteerd van de wanprestatie van [A]. Eiser 2 werd als bestuurder persoonlijk aansprakelijk gehouden vanwege het creëren van een situatie waarin [A] niet kon betalen.
De Hoge Raad verwierp het cassatiemiddel en bevestigde het oordeel van het hof. De cassatie klaagde onder meer over de feitelijke beschikking, het ontbreken van toestemming voor onderverhuur, en de toepasselijkheid van de Beklamel-norm, maar deze klachten faalden. Het hof had een juiste maatstaf gehanteerd en voldoende feitelijke grondslag voor zijn oordeel. De aansprakelijkheid werd gebaseerd op een samenstel van omstandigheden, waaronder het bewust creëren van een situatie van betalingsonmacht en het niet informeren van verweerder.
De Hoge Raad concludeert dat de hoofdelijke veroordeling tot betaling van achterstallige huurpenningen en schadevergoeding wegens onrechtmatige daad terecht is. De uitspraak bevestigt dat bestuurders persoonlijk aansprakelijk kunnen zijn wanneer zij bewust handelen om wanbetaling te veroorzaken en hiervan profiteren.
Uitkomst: Eiseres en eiser werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €185.000,- wegens achterstallige huurpenningen en onrechtmatige daad.