ECLI:NL:PHR:2012:BV1748
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betekenis van goedkeuringsvoorbehoud als opschortende voorwaarde in intentieovereenkomst met gemeente
Partijen onderhandelden over de vestiging van een tijdelijke supermarkt op locatie 3KNS in Almere, onderdeel van een integrale woon-winkelontwikkeling. De intentieovereenkomst werd aangegaan onder voorbehoud van goedkeuring door het college van burgemeester en wethouders (B&W). De gemeente stelde dat zonder deze goedkeuring geen overeenkomst tot stand kwam, terwijl [verweerster] c.s. meenden dat sprake was van een voorwaardelijke overeenkomst met een opschortende voorwaarde.
Het hof oordeelde dat het goedkeuringsvoorbehoud als een opschortende voorwaarde in de zin van artikel 6:21 BW Pro moest worden gezien en dat de gemeente redelijkerwijs gebonden was aan de intentieovereenkomst, ondanks het ontbreken van onvoorwaardelijke goedkeuring door B&W. Het hof legde de maatstaf van redelijkheid en billijkheid (artikel 6:23 BW Pro) aan en concludeerde dat de gemeente niet gerechtvaardigd was de onderhandelingen op te schorten.
De Hoge Raad bevestigde dat het college van B&W bevoegd is om privaatrechtelijke rechtshandelingen te besluiten en dat het goedkeuringsvoorbehoud niet in de weg staat aan het bestaan van een voorwaardelijke overeenkomst. De Raad verwierp klachten over het buiten de rechtsstrijd treden en verrassingsbeslissingen, en oordeelde dat het hof de belangen en verwachtingen van partijen juist had afgewogen. De gemeente werd veroordeeld tot nakoming van de intentieovereenkomst, waaronder het verhuren en ter beschikking stellen van de grond voor de tijdelijke supermarkt.
Uitkomst: De gemeente is gehouden tot nakoming van de intentieovereenkomst ondanks het ontbreken van onvoorwaardelijke goedkeuring door het college van B&W.