ECLI:NL:PHR:2012:BV1793
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag na langdurige arbeidsongeschiktheid
De zaak betreft een werknemer die na langdurige arbeidsongeschiktheid door RSI/KANS-klachten, burnout en angststoornissen door haar werkgever is ontslagen. Zij vordert een schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag en stelt dat haar arbeidsongeschiktheid is veroorzaakt door de werksituatie en het handelen van de werkgever.
De rechtbank en het hof hebben de vordering afgewezen omdat onvoldoende feitelijke grondslag bestaat voor verwijtbaar handelen van de werkgever. De klachten zijn weliswaar werkgerelateerd, maar het arbeidsconflict is onvoldoende onderbouwd en de werkgever heeft voldoende re-integratie-inspanningen verricht. De werknemer heeft haar stelplicht niet voldoende vervuld en het bewijsaanbod is te algemeen.
De Hoge Raad bevestigt dit oordeel en wijst het cassatieberoep af. De Raad benadrukt dat de bewijslast bij de werknemer ligt en dat de bijzondere bewijslastverdeling van art. 7:658 BW Pro niet van toepassing is op vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag. De beoordeling van het hof is feitelijk en slechts beperkt toetsbaar in cassatie.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep af en bevestigt dat het ontslag niet kennelijk onredelijk is.