ECLI:NL:PHR:2012:BV2019
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens overschrijding termijn in kort geding ontruiming huurwoning
In deze zaak vorderde de verweerster in kort geding de ontruiming van een huurwoning vanwege ernstige overlast die aan de eiser was toe te rekenen. De kantonrechter wees de vordering grotendeels toe en het hof bekrachtigde dit oordeel in appel. De eiser stelde in cassatie dat het hof ten onrechte een verweer verwierp dat hij niet voldoende was aangemaand en dat andere maatregelen dan ontruiming, zoals gedwongen opname, te verkiezen zouden zijn.
De Hoge Raad constateerde dat het cassatieberoep te laat was ingesteld, namelijk na de acht weken termijn die geldt voor kort gedingen, waardoor het niet-ontvankelijk moest worden verklaard. Daarnaast oordeelde de Hoge Raad dat het hof terecht had geoordeeld dat de overlast een dusdanige wanprestatie betrof dat ontruiming gerechtvaardigd was zonder verdere aanmaning.
Het hof had ook overwogen dat onvoldoende was gesteld dat er uitzicht was op verbetering van de situatie door andere maatregelen, wat de Hoge Raad begrijpelijk vond. De klachten van de eiser zouden ook inhoudelijk niet tot cassatie kunnen leiden omdat zij geen vragen van rechtseenheid of rechtsontwikkeling opriepen. De Hoge Raad verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de cassatietermijn.