ECLI:NL:PHR:2012:BV2510
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over berekening draagkracht en behoefte kinderalimentatie met Duitse Eigenheimzulage
Deze zaak betreft de berekening van kinderalimentatie waarbij de man in Duitsland een Eigenheimzulage ontving, een subsidie ter stimulering van eigenwoningbezit. Het hof had deze toelage buiten beschouwing gelaten bij de vaststelling van het netto gezinsinkomen en de draagkracht, omdat het deze vergelijkbaar achtte met het Nederlandse eigen woningforfait. Ook hield het hof geen rekening met de Duitse kinderbijslag bij de behoeftebepaling van de kinderen.
De vrouw had betoogd dat de Eigenheimzulage onderdeel uitmaakt van het gezinsinkomen en dus meegewogen moet worden. De man stelde dat de toelage vergelijkbaar is met hypotheekrenteaftrek en daarom niet meetelt. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende heeft gemotiveerd waarom de Eigenheimzulage gelijkgesteld wordt aan het eigen woningforfait en buiten beschouwing blijft. De toelage is immers een daadwerkelijk ontvangen subsidie, anders dan het forfait dat een belastingpost betreft.
Daarnaast is het oordeel van het hof om de Duitse kinderbijslag niet mee te rekenen bij de behoefte van de kinderen onvoldoende gemotiveerd, zeker omdat het debat hierover in de lagere instanties beperkt was. Ook de vaststelling van het netto gezinsinkomen door het hof wordt als onbegrijpelijk aangemerkt omdat het buiten de grenzen van de rechtsstrijd lijkt te treden.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor een nieuwe beoordeling waarbij de Eigenheimzulage en Duitse kinderbijslag adequaat worden betrokken. De motivering van het hof moet zodanig zijn dat deze controleerbaar en aanvaardbaar is voor partijen en hogere rechter.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde beoordeling van draagkracht en behoefte met inachtneming van de Eigenheimzulage en Duitse kinderbijslag.