ECLI:NL:PHR:2012:BV2629
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Berusting in buitengerechtelijke vernietigingsverklaring en crediteursverzuim bij derdenbeslag
In deze zaak staat centraal of een schuldenaar rente verschuldigd is over een periode waarin derdenbeslag op zijn vordering lag, terwijl hij reeds in verzuim verkeerde. Tevens is de vraag aan de orde of de curator niet-ontvankelijk is wegens cessie van de vordering en of de wettelijke rente over proceskostenveroordeling onder oud of nieuw recht valt.
De Hoge Raad bevestigt dat een buitengerechtelijke vernietigingsverklaring rechtskracht heeft indien de wederpartij daarin berust, ook als niet onomstotelijk vaststaat dat aan de vereisten voor vernietiging is voldaan. De schuldenaar die reeds in verzuim was bij beslaglegging, blijft rente verschuldigd tenzij hij kan aantonen dat hij bereid en gereed was te betalen en slechts door het beslag werd belemmerd (crediteursverzuim). Dit is niet aannemelijk gemaakt in deze zaak.
Voorts oordeelt de Hoge Raad dat de wettelijke rente over een proceskostenveroordeling die na 1992 is uitgesproken, onder het nieuwe recht valt (art. 6:119 BW Pro), en dat de curator terecht samengestelde rente kan vorderen over de proceskosten. De cassatie wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de curator rente kan vorderen over de beslagperiode en dat de cessie niet tot niet-ontvankelijkheid leidt.