ECLI:NL:PHR:2012:BV2865
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot omzetting faillissement in wettelijke schuldsaneringsregeling wegens ontbreken goede trouw
Verzoeker tot cassatie heeft bij de rechtbank 's-Hertogenbosch verzocht om het faillissement op te heffen en dit te vervangen door de wettelijke schuldsaneringsregeling. De rechtbank wees dit verzoek af omdat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van een belastingschuld, die voortkwam uit het niet voldoen aan fiscale verplichtingen vanaf 2006 ondanks voldoende bedrijfsresultaten.
In hoger beroep bevestigde het hof deze afwijzing. Het hof stelde vast dat verzoeker gedurende drie jaar geen jaarrekeningen en fiscale aangiftes had opgesteld en zijn fiscale verplichtingen had verwaarloosd. Het hof oordeelde dat verzoeker zijn verantwoordelijkheid als ondernemer had verzaakt door geen toezicht te houden op de fiscale aangiftes.
Verzoeker stelde in cassatie dat het hof essentiële stellingen over zijn goede trouw niet had meegewogen, zoals inkomstenvermindering door faillissementen van opdrachtgevers, gezondheidsproblemen, onterecht beslag op een bedrijfsauto en pogingen om schulden te regelen. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof deze stellingen wel had genoemd maar terecht niet in de beoordeling had betrokken omdat het ging om de goede trouw bij het ontstaan van de schulden, die verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee het oordeel dat verzoeker niet te goeder trouw was bij het ontstaan van de fiscale schulden. Hierdoor was omzetting van het faillissement in de wettelijke schuldsaneringsregeling niet mogelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot omzetting van het faillissement in de wettelijke schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens ontbreken van goede trouw.