ECLI:NL:PHR:2012:BV2935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging gevangenisstraf wegens openlijk in vereniging gepleegd geweld en uitsluiting elektronische detentie
Op 2 juni 2007 heeft verdachte samen met anderen in een kartcentrum te Tilburg openlijk in vereniging geweld gepleegd tegen drie medewerkers, waaronder het slaan met een helm en het duwen, slaan en schoppen van betrokkenen. Het hof heeft verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht weken en bepaald dat deze straf niet door middel van elektronische detentie mag worden uitgevoerd.
Verdachte stelde in cassatie onder meer dat de bewezenverklaring onvoldoende gemotiveerd was vanwege tegenstrijdigheden in de bewijsmiddelen en dat het hof niet bevoegd was om te bepalen dat de straf niet via elektronische detentie mocht worden uitgevoerd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof de verklaringen van getuigen, waaronder de herkenning van verdachte door een medewerker, betrouwbaar en begrijpelijk had gemotiveerd en dat de bewezenverklaring naar eis der wet was omkleed.
Verder bevestigde de Hoge Raad dat de rechter bij strafoplegging een niet-bindend advies mag geven over de wijze van tenuitvoerlegging van de straf, waaronder het uitsluiten van elektronische detentie, en dat het hof dit rechtmatig had gedaan. De middelen faalden en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot acht weken gevangenisstraf en het hof mocht bepalen dat deze straf niet via elektronische detentie wordt uitgevoerd.