ECLI:NL:PHR:2012:BV3403
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen oplegging van dwangsommen aan weigerachtige partijgetuige in internationale bewijsprocedure
In deze zaak gaat het om een verzoek van de rechtbank te New York aan de Nederlandse rechter om Radovan Karadzic als getuige te horen in een civiele verhaalsprocedure. Karadzic weigerde te verklaren en beriep zich op het nemo tenetur-beginsel. De Nederlandse rechtbank en het hof behandelden het verzoek tot het opleggen van een dwangsom om hem tot spreken te dwingen.
De Hoge Raad bevestigt dat het Nederlandse procesrecht van toepassing is en dat de rechter discretionair bevoegd is tot het opleggen van dwangsommen. Echter, vanwege het nemo tenetur-beginsel en de bijzondere positie van de partijgetuige, kan aan deze geen dwangsom worden opgelegd. Dit volgt ook uit het ontbreken van het dwangmiddel van gijzeling voor partijgetuigen in de wet.
De Hoge Raad overweegt dat het opleggen van een dwangsom aan een partijgetuige niet effectief is en niet strookt met het beginsel dat niemand tegen zichzelf kan worden gedwongen te getuigen. Bovendien acht de Hoge Raad het stellen van prejudiciële vragen aan het Benelux-Gerechtshof niet nodig vanwege het spoedeisende karakter van de zaak.
Ten slotte oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht geen proceskostenveroordeling oplegde aan Karadzic, gezien het ontbreken van middelen om hem tot spreken te dwingen. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat aan een partijgetuige geen dwangsommen kunnen worden opgelegd en verwerpt het cassatieberoep.