ECLI:NL:PHR:2012:BV3409
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring cassatieberoep wegens te late betaling griffierecht
Op 1 december 2011 heeft verzoeker tijdig beroep in cassatie ingesteld tegen een beschikking van de rechtbank te 's-Gravenhage. Volgens artikel 3 lid 4 van Pro de Wet griffierechten burgerlijke zaken moest het griffierecht binnen vier weken na indiening van het verzoekschrift zijn voldaan, uiterlijk op 29 december 2011. De betaling vond echter pas plaats op 5 januari 2012, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is op grond van artikel 282a lid 2 in verbinding met artikel 427b Rv.
De advocaat van verzoeker voerde aan dat de late betaling het gevolg was van communicatieproblemen bij de invoering van een nieuw griffierechtenstelsel en verzocht om toepassing van de hardheidsclausule van artikel 282a lid 4 Rv. Deze clausule kan in uitzonderlijke gevallen leiden tot buiten toepassing laten van de niet-ontvankelijkheidsregel.
De Hoge Raad oordeelde dat geen omstandigheden waren aangevoerd die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen. Er was geen sprake van een onbillijkheid van overwegende aard die het belang van verzoeker bij toegang tot de rechter zou wegen tegen de wettelijke regels. Daarom werd het cassatieberoep niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.
Uitkomst: Het cassatieberoep is niet-ontvankelijk verklaard wegens te late betaling van het griffierecht.