ECLI:NL:PHR:2012:BV3436
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid van verstrekking strafvorderlijke gegevens aan derden ten behoeve van civiele procedure
Deze zaak betreft de verstrekking van strafvorderlijke gegevens uit het strafdossier van Trafigura aan het Engelse advocatenkantoor Leigh Day, dat ruim 30.000 slachtoffers uit Ivoorkust vertegenwoordigt in een civiele procedure. Trafigura was strafrechtelijk vervolgd voor verboden uitvoer van afvalstoffen en valsheid in geschrifte, en werd veroordeeld tot een geldboete.
Trafigura stelde dat de Staat onrechtmatig had gehandeld door documenten uit het strafdossier aan Leigh Day te verstrekken zonder wettelijke grondslag. Het geschil spitste zich toe op de vraag of de verstrekking kon worden gerechtvaardigd op grond van artikel 39f Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en de daarbij behorende Aanwijzing van het College van procureurs-generaal.
De Hoge Raad oordeelde dat de verstrekking niet onrechtmatig was omdat deze voldeed aan de voorwaarden van artikel 39f Wjsg en de Aanwijzing. Ook al was de verstrekking aanvankelijk gebaseerd op een andere wettelijke grondslag (art. 21 lid 6 WED Pro), kon deze achteraf worden gerechtvaardigd. Verder stelde de Hoge Raad dat het strafdossier ook strafbare feiten kan omvatten die niet in de vervolging zijn betrokken, zoals de illegale dumping in Ivoorkust, en dat de slachtoffers als rechtstreeks benadeelden kunnen worden aangemerkt. De cassatie werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de rechtmatigheid van de verstrekking van strafvorderlijke gegevens aan Leigh Day.