ECLI:NL:PHR:2012:BV4010
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid schuldenaar en bewindvoerder bij verzoek tot toelating schuldsaneringsregeling onder beschermingsbewind
In deze zaak gaat het om de vraag wie bevoegd is om een verzoek tot toelating tot de wettelijke schuldsaneringsregeling in te dienen indien alle tegenwoordige en toekomstige goederen van de schuldenaar onder beschermingsbewind zijn gesteld. De rechtbank wees het verzoek af, en ook het hof bekrachtigde dit oordeel. De discussie spitst zich toe op de ontvankelijkheid van het verzoek indien de bewindvoerder niet mede als verzoeker optreedt.
Het hof 's-Hertogenbosch oordeelde dat de schuldenaar zelf het verzoek kon doen, mits de bewindvoerder instemt, terwijl het hof Amsterdam stelde dat de bewindvoerder als verzoeker moet optreden. De Hoge Raad stelt vast dat de bewindvoerder krachtens artikel 1:441 lid 1 BW Pro de rechtspersoon in rechte vertegenwoordigt en dat de taak van de bewindvoerder het behartigen van de vermogensrechtelijke belangen van de meerderjarige omvat.
De Hoge Raad concludeert dat bij een verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling waarbij alle goederen onder bewind zijn gesteld, de bewindvoerder mede als verzoeker moet optreden. Daarnaast moet de schuldenaar mede als verzoeker optreden vanwege de verplichtingen die aan de schuldsaneringsregeling verbonden zijn en die door de schuldenaar zelf moeten worden nagekomen. Een brief van de bewindvoerder waarin instemming wordt betuigd, maakt de bewindvoerder niet automatisch tot formele procespartij.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof omdat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ontvankelijk werd verklaard zonder dat de bewindvoerder mede als verzoeker was opgetreden. Dit arrest verduidelijkt de procesvertegenwoordiging in schuldsaneringszaken onder beschermingsbewind en benadrukt de noodzaak van gezamenlijke verzoekerschap van schuldenaar en bewindvoerder.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd omdat het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling ontvankelijk werd verklaard zonder dat de bewindvoerder mede als verzoeker optrad.