ECLI:NL:PHR:2012:BV6666
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs dat verdachte redelijkerwijs wist van rijbewijs-schorsing
In deze zaak stond de vraag centraal of verdachte redelijkerwijs had moeten weten dat zijn rijbewijs was geschorst. Verdachte werd ervan verdacht op een weg een motorrijtuig te hebben bestuurd terwijl hij wist of redelijkerwijs moest weten dat zijn rijbewijs geschorst was.
Het hof sprak verdachte vrij omdat het niet kon worden bewezen dat verdachte op de hoogte was van de schorsing. De aangetekende brief over de schorsing was retour gekomen met de mededeling 'niet afgehaald', terwijl de gewone brief niet retour was gekomen. Het hof oordeelde dat uit het enkele feit dat de gewone brief niet retour kwam, niet kon worden afgeleid dat verdachte redelijkerwijs moest weten van de schorsing.
De Hoge Raad bevestigde deze lijn en oordeelde dat het niet afhalen van de aangetekende brief niet betekent dat verdachte redelijkerwijs van de schorsing op de hoogte was. Het risico van onwetendheid door het niet afhalen van de brief komt niet voor rekening van verdachte. Het middel van het Openbaar Ministerie werd verworpen, waarmee de vrijspraak standhield.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat niet bewezen is dat hij redelijkerwijs wist van de schorsing van zijn rijbewijs.