ECLI:NL:PHR:2012:BV6993
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening aan niet-ingeschreven adres
In deze zaak stond de dagvaarding in hoger beroep ter discussie wegens onjuiste betekening. De dagvaarding was uitgereikt aan het adres van de echtgenote van de verdachte, terwijl het GBA-overzicht aangaf dat de verdachte op dat moment op een ander adres stond ingeschreven. Daarnaast werd een bericht van aankomst achtergelaten op een adres dat eveneens niet het GBA-adres van de verdachte was.
De Hoge Raad oordeelde dat dit niet in overeenstemming is met artikel 588, eerste lid onder b, van het Wetboek van Strafvordering, dat bepaalt dat betekening moet plaatsvinden op het adres waar de geadresseerde als ingezetene is ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. De verklaring van de echtgenote dat zij de brief aan de verdachte zou doorgeven, volstaat niet als rechtsgeldige betekening.
De raadsman van de verdachte was weliswaar aanwezig bij de zitting, maar was niet uitdrukkelijk gemachtigd om op te treden, waardoor geen sprake was van geldige betekening via een gemachtigde. De Hoge Raad vernietigde daarom de bestreden beslissing en verklaarde de dagvaarding nietig, met het advies om strikt te zijn in de betekening om langdurige procedures te voorkomen.
Uitkomst: De dagvaarding in hoger beroep is nietig verklaard wegens onjuiste betekening op een ander adres dan het GBA-adres.