ECLI:NL:PHR:2012:BV8291
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over tenuitvoerlegging buitenlandse straf en psychische overmacht
De zaak betreft de tenuitvoerlegging in Nederland van een Bulgaarse gevangenisstraf tegen een veroordeelde die na haar vlucht naar Nederland de Nederlandse nationaliteit heeft verkregen. De Hoge Raad bevestigt dat artikel 2 van Pro het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen (VOGP) ook van toepassing is in situaties waarin de veroordeelde pas na ontvluchting de Nederlandse nationaliteit verkrijgt, zodat een verdragsbasis voor tenuitvoerlegging aanwezig is.
De verdediging voerde aan dat de tenuitvoerlegging ontoelaatbaar is omdat de veroordeelde naar Nederlands recht een beroep op psychische overmacht toekomt, terwijl het Bulgaarse recht deze strafuitsluitingsgrond niet kent, waardoor niet voldaan zou zijn aan de eis van dubbele strafbaarheid. De Hoge Raad stelt dat de Nederlandse exequaturrechter gebonden is aan het oordeel van de buitenlandse rechter indien deze een beroep op een strafuitsluitingsgrond, die ook in Nederland erkend wordt, heeft verworpen. In dit geval is het beroep op psychische overmacht door de Bulgaarse rechter afgewezen op feitelijke gronden.
De Hoge Raad erkent dat psychische overmacht in Nederland een geldige strafuitsluitingsgrond kan zijn, maar dat de Bulgaarse rechter dit verweer niet aannam. De Nederlandse rechter kan niet als verkapte appelrechter optreden en moet het buitenlandse oordeel respecteren. Wel oordeelt de Hoge Raad dat de rechtbank heeft verzuimd te beslissen op het verzoek van de veroordeelde om de zaak aan te houden voor het opmaken van een rapportage over een mogelijke TBS-maatregel, wat leidt tot nietigheid van het vonnis en terugwijzing van de zaak.
De Hoge Raad vernietigt daarom het bestreden vonnis en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Leeuwarden, zitting houdende te Groningen, voor hernieuwde behandeling en beslissing, waarbij ook het verzoek tot aanhouding en onderzoek naar TBS moet worden betrokken.
Uitkomst: Het bestreden vonnis wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling, waarbij ook het verzoek tot aanhouding moet worden beoordeeld.