ECLI:NL:PHR:2012:BV8321
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Geen aansprakelijkheid Staat voor toezeggingen over extra schadeloosstelling varkenspest
Eisers exploiteerden varkensbedrijven die in 1997 werden geruimd vanwege een uitbraak van klassieke varkenspest. Tijdens een bijeenkomst op 8 februari 1997 deed een vakbondsbestuurder, [betrokkene 1], naar zeggen toezeggingen over een extra vergoeding van 50% bovenop de reguliere schadeloosstelling van de Staat. Eisers vorderden schadevergoeding van de Staat op grond van deze toezeggingen.
De rechtbank en het hof wezen de vorderingen af omdat de uitlatingen van [betrokkene 1] niet aan de Staat konden worden toegerekend. De vakbondsbestuurder was niet bevoegd de Staat te binden en de Staat had onvoldoende feiten gesteld die de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid konden rechtvaardigen. Ook het niet ingrijpen van ambtenaren tijdens de bijeenkomst was onvoldoende om de Staat te binden.
In cassatie stelde eiser dat het hof het beginsel van formele rechtskracht had miskend en dat de Staat aansprakelijk was wegens gewekte gerechtvaardigde verwachtingen. De Hoge Raad bevestigde dat alleen een bevoegd bestuursorgaan toezeggingen kan doen die binden, en dat onbevoegd gedane toezeggingen slechts onder bijzondere omstandigheden tot aansprakelijkheid leiden.
Het hof had geoordeeld dat er onvoldoende feiten waren die de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid van [betrokkene 1] voor de Staat konden rechtvaardigen. Dit oordeel was niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd. Het cassatieberoep werd daarom verworpen.
De zaak benadrukt het belang van bevoegdheid en de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid bij het toerekenen van toezeggingen aan de overheid, en bevestigt dat niet elke uitlating van een functionaris of vakbondsbestuurder aan de Staat kan worden toegerekend.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen; de Staat is niet aansprakelijk voor toezeggingen over extra schadeloosstelling.