ECLI:NL:PHR:2012:BV8954
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over etikettering van juridisch niet-gesplitste woon/winkelpanden met verhuurde bovenverdiepingen
De zaak betreft de fiscale etikettering van bovenverdiepingen van twee juridisch niet-gesplitste woon/winkelpanden die door erflater werden verhuurd en niet voor eigen bewoning werden gebruikt. Erflater rekende deze bovenverdiepingen aanvankelijk tot het ondernemingsvermogen, maar wijzigde dit in zijn aangifte 2006 naar privévermogen. De Inspecteur herrekende dit tot ondernemingsvermogen, wat leidde tot bezwaar en beroep bij rechtbank en hof, die het standpunt van de Inspecteur bevestigden.
De Hoge Raad overweegt dat de etikettering van een panddeel in beginsel wordt bepaald door de wil van de belastingplichtige, tenzij die wil de grenzen der redelijkheid overschrijdt. Volgens vaste jurisprudentie worden die grenzen overschreden indien een juridisch niet-gesplitst gedeelte dat zelfstandig rendabel is, uitsluitend voor eigen woonbehoefte wordt gebruikt en niet dienstbaar is aan de onderneming, maar in deze zaak is dat niet het geval omdat de bovenverdiepingen verhuurd zijn aan derden.
Het Hof had geoordeeld dat verhuur aan derden een vorm van rendabel maken is waarvan de opbrengsten aan de onderneming ten goede kunnen komen, en dat die opbrengsten ook daadwerkelijk aan de onderneming zijn toegerekend. De Hoge Raad stelt echter dat het Hof onvoldoende heeft vastgesteld of de bovenverdiepingen met het oog op de belangen van de onderneming zijn verworven of uit privéoverwegingen. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak voor nader feitenonderzoek terug.
De conclusie onderstreept dat bij juridisch niet-gesplitste, maar splitsbare panden een duidelijke scheiding moet worden gemaakt in de etikettering van de verschillende gedeelten, waarbij verhuurde bovenverdiepingen niet automatisch tot het ondernemingsvermogen behoren. De zaak benadrukt het belang van het oogmerk van de aankoop en het gebruik bij de fiscale kwalificatie van vermogensbestanddelen.
Uitkomst: Het arrest van het Hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor nader onderzoek naar het oogmerk van de aankoop en het gebruik van de bovenverdiepingen.