ECLI:NL:PHR:2012:BV9040
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek regeling zorg- en opvoedingstaken minderjarige na beëindiging omgang
In deze zaak is het huwelijk van partijen ontbonden en is de man niet de biologische vader van de minderjarige zoon. Na het staken van de omgang tussen de man en de minderjarige in 2008, is bij kortgeding een voorlopige omgangsregeling vastgesteld. Vervolgens hebben beide ouders een verzoek ingediend voor het eenhoofdig gezag en een regeling omtrent zorg- en opvoedingstaken.
De rechtbank wees het verzoek van de vrouw toe en dat van de man af, behalve voor een informatie- en consultatieregeling. Het hof bevestigde deze beslissing, waarbij het onder meer het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming en de verklaring van de minderjarige betrok. Het kind verzet zich heftig tegen contact met de man, wat spanningen veroorzaakt.
De Hoge Raad toetst in cassatie of het oordeel van het hof begrijpelijk is en concludeert dat het hof terecht rekening hield met de mening van het kind en het belang van de minderjarige. De klachten over de waardering van het rapport en de verklaringen van het kind worden verworpen. Ook het ontbreken van een psychologisch onderzoek wordt niet als onrechtmatig beoordeeld, gelet op de omstandigheden van het geval.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt daarmee de afwijzing van het verzoek van de man tot een omgangsregeling en regeling van zorg- en opvoedingstaken.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de afwijzing van het verzoek tot regeling van zorg- en opvoedingstaken en omgangsregeling tussen de man en de minderjarige.