ECLI:NL:PHR:2012:BV9067

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
17 april 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/02427
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13 Wet wapens en munitie
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoge Raad vermindert straf wegens overschrijding redelijke termijn in cassatie

Verdachte werd door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld voor meerdere strafbare feiten, waaronder medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, handelen in strijd met de Wet wapens en munitie, diefstal en bedreiging. De opgelegde straf bestond uit een werkstraf van 150 uur, een leerstraf van 52 uur en een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van drie jaar.

Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld, waarbij werd geklaagd over overschrijding van de inzendtermijn van het cassatiemiddel. De Hoge Raad constateerde dat de stukken pas negen maanden na het instellen van het cassatieberoep waren ingediend, wat een overschrijding van de redelijke termijn betekent.

Gezien de aard van de opgelegde straf en de overschrijding van de redelijke termijn, concludeerde de Procureur-Generaal dat dit moest leiden tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde de bestreden uitspraak uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging en stelde de straf naar eigen goeddunken verminderd vast, terwijl het beroep voor het overige werd verworpen.

Deze zaak hing samen met twee andere zaken tegen verdachte, waarvoor gelijktijdig conclusies werden genomen.

Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie.

Conclusie

Nr. 10/02427(1)
Mr. Silvis
Zitting 7 februari 2012
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Verdachte is bij arrest van 6 mei 2010 door het gerechtshof te 's-Hertogenbosch wegens 1. en 2. telkens "Medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweegbrengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is", 3. "Handelen in strijd met artikel 13, eerste lid van de Wet wapens en munitie", 4. "Diefstal door twee of meer verenigde personen", 5. "Diefstal, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft en het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels", en 6. "Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht" veroordeeld tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, van 150 uur, subsidiair 75 dagen hechtenis, met aftrek, en een taakstraf, bestaande uit een leerstraf, van 52 uur, subsidiair 26 dagen hechtenis, alsmede tot een gevangenisstraf van drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaar, en met de bijzondere voorwaarde als in het arrest omschreven. Het hof heeft voorts de vordering van één benadeelde partij toegewezen en de vorderingen van twee andere benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard.
2. Namens de verdachte heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, een middel van cassatie voorgesteld.
3. Het middel klaagt dat de inzendtermijn in cassatie is overschreden.
4. Het middel is terecht voorgesteld. Op 11 mei 2010 is beroep in cassatie ingesteld en de stukken zijn eerst op 11 februari 2001, negen maanden later, bij de Hoge Raad ingekomen. De redelijke termijn is derhalve overschreden. Gelet echter op de opgelegde straf, bestaande uit twee taakstraffen, een werkstraf van 150 uur en een leerstraf van 52 uur, en een voorwaardelijke gevangenisstraf, meen ik dat in deze zaak de overschrijding dient te leiden tot strafvermindering. De Hoge Raad kan de straf verminderen in de mate die hem goeddunkt.
5. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen heb ik niet aangetroffen.
6. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak, doch uitsluitend voor wat betreft de strafoplegging, tot vermindering van de straf in de mate die de Hoge Raad goeddunkt, en tot verwerping van het beroep voor het overige.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 Deze zaak hangt samen met de zaken 10/02428 en 10/02429 tegen verdachte, waarin ik heden eveneens concludeer.