ECLI:NL:PHR:2012:BV9117
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt verbeurdverklaring geldbedragen bij poging tot verkoop en witwassen cocaïne
Het hof Amsterdam heeft verdachte veroordeeld wegens poging tot opzettelijke verkoop van cocaïne en witwassen van geldbedragen die vermoedelijk uit de drugshandel afkomstig zijn. Verdachte werd vrijgesproken van het tenlastegelegde handelen in strijd met artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet, omdat onvoldoende bewijs was voor daadwerkelijke verkoop.
Bij de aanhouding en in zijn woning werden aanzienlijke geldbedragen aangetroffen, die verdachte verklaarde uit eigen onderneming en een lening te hebben. Het hof verwierp deze verklaringen als ongeloofwaardig en concludeerde dat het geld afkomstig was uit de handel in verdovende middelen, mede gelet op de verklaringen van de broer van verdachte.
De Procureur-Generaal bij de Hoge Raad concludeerde dat het hof voldoende heeft gemotiveerd waarom de geldbedragen verbeurd verklaard zijn, ondanks de vrijspraak op het onderdeel verkoop. Het cassatiemiddel dat dit onvoldoende zou zijn, faalt. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het arrest van het hof.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de verbeurdverklaring van de geldbedragen en de veroordeling voor poging tot verkoop en witwassen.