ECLI:NL:PHR:2012:BV9183
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewijsuitsluiting bij ontbreken advocaatraadpleging voorafgaand aan politieverhoor
In deze zaak oordeelt de Hoge Raad over het Salduz-verweer, waarbij een verdachte zonder voorafgaande gelegenheid tot raadpleging van een advocaat een verklaring heeft afgelegd tijdens het politieverhoor. Het hof had deze verklaring ondanks het verzuim toch als bewijs gebruikt, omdat de verdachte niet op de verklaring was teruggekomen en geen beroep deed op haar zwijgrecht.
De Hoge Raad herhaalt en verduidelijkt de jurisprudentie uit HR LJN BH3079 en het Europese Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) arrest Salduz v. Turkije. Volgens deze rechtspraak moet een aangehouden verdachte voorafgaand aan het eerste verhoor door de politie de mogelijkheid krijgen een advocaat te raadplegen. Ontbreekt deze mogelijkheid zonder dat sprake is van ondubbelzinnige afstand of dwingende redenen, dan leidt dit tot een vormverzuim dat in beginsel bewijsuitsluiting tot gevolg heeft.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting heeft gehanteerd door de verklaring toch te gebruiken, ondanks het erkende vormverzuim. De zaak wordt vernietigd en terugverwezen voor hernieuwde berechting. Daarnaast behandelt de Hoge Raad een tweede middel over de waarde van een fiets zonder slot, dat wordt verworpen.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het recht op advocaatbijstand voorafgaand aan het eerste politieverhoor en bevestigt de sanctie van bewijsuitsluiting bij schending daarvan, behoudens de in de jurisprudentie genoemde uitzonderingen.
Uitkomst: Het arrest wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting vanwege onjuiste toepassing van bewijsuitsluiting bij ontbreken advocaatraadpleging.