ECLI:NL:PHR:2012:BV9208
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling niet-ontvankelijkverklaring hoger beroep wegens ontbreken grieven en bezwaren
In deze zaak is de verdachte door het gerechtshof te Amsterdam niet-ontvankelijk verklaard in zijn hoger beroep tegen een veroordeling van de politierechter. Het hof motiveerde dit op grond van artikel 416, tweede lid, Sv, omdat de verdachte geen schriftelijke grieven had ingediend en ter zitting geen bezwaren tegen het vonnis had opgegeven. De verdachte stelde cassatieberoep in tegen deze niet-ontvankelijkverklaring en voerde aan dat het hof zijn beslissing onvoldoende had gemotiveerd, mede gezien gebreken in het tenlastegelegde en de bewijsmiddelen.
De Hoge Raad herhaalt de relevante wetsgeschiedenis en jurisprudentie omtrent het grievenstelsel in hoger beroep, waarbij van de verdachte een actieve proceshouding wordt verlangd. Het hof heeft de bevoegdheid om een hoger beroep zonder inhoudelijke behandeling niet-ontvankelijk te verklaren indien geen grieven of bezwaren worden geuit, maar behoudt ook de mogelijkheid tot ambtshalve onderzoek. Een nadere motivering van de niet-ontvankelijkverklaring is slechts vereist indien uit de stukken een ernstig vermoeden rijst dat het hof zijn verantwoordelijkheid voor een juiste beoordeling van alle relevante vragen niet heeft waargemaakt.
In casu oordeelt de Hoge Raad dat het hof terecht en begrijpelijk heeft geoordeeld dat de vermelding van het jaar 2009 in de tenlastelegging een kennelijke vergissing is en dat uit de bewijsmiddelen het vereiste opzet kan worden afgeleid. Er is geen ernstig vermoeden dat het hof zijn beoordelingsverantwoordelijkheid heeft verzaakt. De niet-ontvankelijkverklaring behoeft daarom geen uitgebreidere motivering. Het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het hoger beroep van verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van schriftelijke grieven en mondelinge bezwaren.